Clownspaasvierdaagse 2026
'Hoe maakt de clown mensen aan het lachen? Het zoeken naar ‘je eigen clown’ is daarbij een fundamenteel principe. De clown bestaat namelijk niet buiten de acteur die hem speelt. In tegenstelling tot andere theaterpersonages heeft de clown een rechtstreeks en onmiddellijk contact met het publiek. Doordat hij onder het oog van het publiek met de juiste intenties alsnog mislukt, onthult hij zijn diep-menselijke natuur, wat het publiek ontroerd en aan het lachen maakt. (uit: het lichaam als dichter, Jacques Lecoq)'
Beter dan deze tekst van Lecoq laat de clown zich waarschijnlijk niet uitleggen. De studie van de clown is inderdaad heel persoonlijk en je zult het aan den lijve moeten ervaren om het wezenlijk ervan te begrijpen. De clown brengt met gemak het eigenaardige van ieder individu naar boven. Daarnaast bestaat de clown alleen onder de blik van anderen (het publiek). Je speelt als het ware geen clown vóór het publiek, je speelt clown mét het publiek, wat je kunt vergelijken als spelen voor een grote spiegel, die je soms genadeloos reflecteert. Hoewel alles voor de clown een obstakel is, heeft de clown geen conflicten nodig. Clowns zijn als het ware voortdurend in conflict met zichzelf en vragen zich tegelijkertijd af welke uitwerking dát op de wereld heeft.
Clownsspel is vrij voor iedereen die het aandurft. Leeftijd, identiteit of beroep zijn bij een eerste kennismaking niet relevant. Onderschat het echter vak niet. Wie er zijn beroep van wil maken, en zijn brood met de clownerie wil verdienen, heeft meer nodig dan de zoektocht naar ‘zijn eigen clown’: talent, doorzettingsvermogen, moed en lef. Je komt ver als je plezier hebt in de zoektocht. Je komt verder als je het lukken kunt missen. Dan begint het eigenlijk het pas.
De rode neus
De clownsneus nodigt uit tot fysiek spel en improvisatie. Clowns spelen zonder vierde wand: ze staan in direct contact met het publiek en werken met wat daar ontstaat. Mensen aan het lachen maken is een grote kunst; het vraagt training en ervaring. Voor de geoefende speler is de rode neus een middel om de vorm ‘clown’ te begrijpen en een code voor het publiek. De neus zegt niets over hóé je de clown presenteert. Dáár zit 'm de kneep.
De clownsneus is in eerste instantie een smoesje: om vrij te zijn, te mislukken, emoties te tonen, niet serieus te hoeven zijn, gek of lelijk te mogen zijn, regels te buigen en even geen opgevoed mens te hoeven zijn.
Door een rode neus op te zetten bevrijdt de speler zich tijdelijk van sociale verwachtingen en speelt met ongeschreven regels. Die bevrijding is een eerste stap. Daarna volgt de lange weg van vakmanschap. De taak van de clown is wat mij betreft uiteindelijk niet alleen zichzelf, maar ook het publiek te bevrijden. Zonder smoesjes, mét vakmanschap. Met of zonder rode neus.